JAARNIEUWS

Overweegt u om een laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen aan te laten leggen op uw terrein? U kunt hiervoor vanaf 20 januari 2026, 9.00 uur subsidie aanvragen op grond van de ‘Subsidieregeling Private Laadinfrastructuur bij bedrijven (SPRILA aanschaf)’. Sinds 7 januari 2026 kunt u uw aanvraag al in concept klaarzetten. Ook als u een terrein deelt met andere ondernemers of ingeval van een gehuurd terrein kunt u gebruikmaken van deze subsidie. Een belangrijke voorwaarde is dat het terrein niet altijd publiek toegankelijk mag zijn. Dit jaar geldt er geen maximum per aanvrager (in 2025: € 350.000). Om het tijdstip te bepalen waarop u uw aanvraag bij de RVO moet indienen, moet u eerst met een rekentool vaststellen of u in aanmerking komt voor meer of minder dan € 25.000 subsidie. In het eerste geval dient u de aanvraag vóór aanvang van de werkzaamheden in en in het tweede geval achteraf. U kunt dit jaar geen subsidie meer krijgen voor de advieskosten van een externe adviseur.
Tip
Doordat u verduurzaamt, gaat u mogelijk meer elektriciteit gebruiken of opwekken. Controleer daarom voordat u de subsidieaanvraag indient, of u in uw regio last krijgt van een overbelast elektriciteitsnet.

Laat een reële inschatting maken van de verschuldigde vennootschapsbelasting in 2026, zodat de Belastingdienst uw bv niet een te lage voorlopige aanslag voor de vennootschapsbelasting oplegt. Als uw bv na afloop van het jaar vennootschapsbelasting blijkt te moeten bijbetalen, dan loopt zij het risico daarover 7,5% (in 2025: 9%) belastingrente te moeten betalen. Laat ook controleren of uw bv over 2025 voldoende vennootschapsbelasting heeft betaald. Misschien heeft uw bv het beter gedaan dan u begin 2025 had verwacht en is de winst over 2025 toch hoger uitgevallen. Laat uw adviseur dan bij de Belastingdienst verzoeken om een aanvullende voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 2025.
Tip
Laat de voorlopige aanslag van uw bv controleren en voorkom dat zij vennootschapsbelasting moet bijbetalen, verhoogd met belastingrente.

Heeft u van de Belastingdienst een voorlopige aanslag of teruggaaf inkomstenbelasting/ premie volksverzekeringen 2026 ontvangen? Laat deze dan goed controleren. De eindafrekening met de Belastingdienst vindt plaats na afloop van het jaar, wanneer u de aangifte inkomstenbelasting hebt ingediend. Als u dan te weinig inkomstenbelasting heeft betaald of juist te veel teruggaaf heeft gehad, dan moet u die belasting alsnog betalen. Bovendien wordt uw aanslag dan mogelijk verhoogd met 5% belastingrente.
Tip
Verwacht u in 2026 een wijziging in uw inkomen of in uw privéomstandigheden? Laat dan uw voorlopige aanslag of teruggaaf 2026 controleren en zo nodig aanpassen.

Vorig jaar kon u gebruikmaken van de MDIEU-subsidie. Deze subsidie was bedoeld voor activiteiten die de duurzame inzetbaarheid van werknemers verbeteren en om oudere werknemers met zwaar werk eerder te laten stoppen. Heeft u deze subsidie benut? Dan bent u aan de hand van een activiteitenplan aan de slag gegaan om de duurzame inzetbaarheid van uw werknemers te verbeteren. Aan deze activiteiten was echter ook een einddatum gekoppeld. Die komt er al snel aan: u moet het project namelijk uiterlijk 31 december 2025 hebben afgerond.
Tip
Zorg dat u uw MDIEU-project eind 2025 heeft afgerond.

Bent u een werkgever in de research & development (R&D)? Dan kunt u gebruikmaken van de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) om uw (loon)kosten te verlagen. In 2026 blijven de tarieven gelijk aan 2025. Het tarief in de eerste schijf is 36%. Bent u een startende ondernemer? Dan is het tarief in de eerste schijf 50%. De grens van de eerste schijf gaat in 2026 omhoog van € 380.000 (loon)kosten naar € 391.020. Het tarief van de tweede schijf is 16%. Begint de periode van het S&O-werk op 1 januari 2026? Dien de aanvraag dan uiterlijk op 20 december 2025 in bij de RVO. De S&O-afdrachtvermindering start dan op 1 januari 2026. Dient u de aanvraag op 21 december in, dan start de S&O-afdrachtvermindering pas op 1 februari 2026.
Tip
Wilt u dat de S&O-afdrachtvermindering start op 1 januari 2025? Zorg er dan voor dat u uw aanvraag uiterlijk 20 december 2024 hebt ingediend.

Heeft u een pensioentekort? Dan kunt u hiervoor een aanvullend inkomen regelen. Bijvoorbeeld door bij een verzekeraar een lijfrentepolis te sluiten of bij een bank een lijfrentebankspaarproduct. De lijfrentepremie die u in 2025 heeft betaald, kunt u aftrekken in uw aangifte inkomstenbelasting 2025 die u volgend jaar indient bij de Belastingdienst. Bent u in de afgelopen 5 jaar toch vergeten om de lijfrentepremie in aftrek te brengen? Verzoek dan bij de Belastingdienst om een ambtshalve vermindering. U moet dan wel kunnen aantonen dat u de lijfrentepremies niet heeft afgetrokken. Dat kunt u doen met kopieën van de ingediende aangiften inkomstenbelasting van de afgelopen jaren en de aanslagen over die jaren. Bewaar daarom uw oude aangiften en aanslagen!
Tip
Wilt u lijfrentepremie aftrekken in uw aangifte IB 2025? Zorg er dan voor dat u dit jaar de lijfrentepremie betaalt.

Als u van aangiftetijdvak wilt veranderen, kan dat alleen met ingang van een nieuw kalenderjaar en dus niet in de loop van het jaar. Wilt u volgend jaar over naar een ander aangiftetijdvak, bijvoorbeeld van een maandaangifte naar een aangifte per vier weken of andersom? Zorg er dan voor dat u dit uiterlijk op 14 december 2025 hebt aangegeven bij de Belastingdienst. Dat kan met een speciaal formulier: ‘Wijziging aangiftetijdvak loonheffingen’ . Als de Belastingdienst het formulier ná 14 december 2025 ontvangt, gaat het gewijzigde aangiftetijdvak pas in per 1 januari 2027.
Tip
Wenst u per 1 januari 2026 het aangiftetijdvak te wijzigen? Zorg er dan voor dat u dit uiterlijk 14 december 2025 doorgeeft aan de Belastingdienst.

Het is zinvol om voor het optimaal benutten van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) te bekijken of u bepaalde investeringen nog in 2025 moet doen of dat u die beter kunt doorschuiven naar 2026. Het spreiden van investeringen kan u meer KIA opleveren. Investeert u in 2025 tussen € 2.900 en € 70.602, dan krijgt u hierover 28% KIA. U kunt voor een totale investering tussen € 70.602 en € 130.744 een vast bedrag claimen van € 19.769. Dit vaste bedrag neemt geleidelijk af bij investeringen van in totaal tussen € 130.744 en € 392.230. Boven een investeringsbedrag van € 392.230 krijgt u geen KIA meer. Spreiden van de investeringen over twee jaren is dan dus vaak voordeliger.
Tip
Controleer of u nog dit jaar of juist volgend jaar moet investeren om optimaal gebruik te maken van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek.

Verwacht u dat uw jaaromzet de komende jaren onder de € 20.000 blijft? Dan kan het interessant zijn om u aan te melden voor de kleineondernemersregeling (KOR). U bent dan vrijgesteld van btw en u heeft minder administratieve verplichtingen. Zo hoeft u meestal geen btw-aangifte meer te doen. Deelname aan de KOR kan voor u voordelig zijn als u jaarlijks btw moet betalen of als uw afnemers de btw niet in aftrek kunnen brengen. De vrijstelling maakt uw producten of diensten voor hen dan in beginsel goedkoper. Krijgt u jaarlijks btw terug of kunnen uw afnemers de btw in aftrek brengen? Dan is deelname meestal niet interessant. Dat geldt ook als uw omzet jaarlijks sterk wisselt en u er niet zeker van bent dat uw omzet onder de drempel van € 20.000 blijft. Zodra uw omzet in een kalenderjaar boven de € 20.000 komt, vervalt namelijk direct de KOR. Om per 1 januari 2026 deel te nemen aan de KOR, moet uw aanmelding vóór 3 december a.s. binnen zijn bij de Belastingdienst.
Deze deadline geldt overigens ook in het geval u zich wilt afmelden voor de KOR per 1 januari 2026.
Tip
Controleer of u het juiste omzetbelastingnummer heeft aangegeven en zorg ervoor dat u zich tijdig aanmeldt als u per 1 januari 2026 aan de KOR wilt deelnemen of tijdig afmeldt als u per 1 januari 2026 geen gebruik meer wenst te maken van de KOR. Het is verstandig om bij uw afwegingen een btw-adviseur te betrekken.

Wilt u uw personeel een cadeau of lekkernij schenken? In dat geval heeft u twee opties. U kunt de kosten (waarde in het economisch verkeer) als loon verlonen of als eindheffingsloon aanwijzen en ten laste van de vrije ruimte brengen. Is de attentie aan te merken als een klein geschenk (niet hoger dan € 25 factuurwaarde incl. btw)? Dan wordt ervan uitgegaan dat dit geen loon is en kunt u de attentie belastingvrij geven. Het moet wel zo zijn dat ook anderen in een dergelijke situatie een persoonlijke attentie zouden geven. Volgens de Belastingdienst is dat bij een chocoladeletter overigens niet het geval. De Belastingdienst vindt een chocoladeletter geen persoonlijke attentie en de verjaardag van Sinterklaas geen gelegenheid, waarbij anderen ook zo’n attentie zouden geven. Ook mag de attentie geen geld of waardebon zijn. Krijgt uw werknemer de chocoladeletter op zijn werkplek? Dan valt de letter onder een nihilwaardering.
Tip
Heeft u nog ongebruikte vrije ruimte in 2025? Dan is een sinterklaasgeschenk misschien een mooie gelegenheid om hiermee iets te doen.
